4-12-2009
Huishoudens in Oslo, Zürich en Kopenhagen hebben de hoogste kosten voor levensonderhoud, zowel van de steden in Europa als wereldwijd. In deze steden zijn consumenten circa 20% meer kwijt aan goederen, huur en energie dan gemiddeld in West-Europa. In Zürich verdienen de inwoners de hoogste netto lonen ter wereld. In Oslo en Kopenhagen zijn de bruto salarissen ook hoog, maar nadat de belastingen zijn betaald hebben de bewoners veel minder te besteden. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Prices and Earnings’ van de Zwitserse bank UBS, waarin prijzen en lonen van werknemers uit 73 wereldsteden jaarlijks worden vergeleken. De kosten en lonen in New York dienen daarbij als basis.
Sinds maart 2008 is er een aantal steden van plaats veranderd. De meest opvallende verschuiving is die van Londen. Gold Londen in het begin van 2008 als de duurste stad qua levensonderhoud, staat deze stad nu in de middenmoot. Deze forse terugval is te wijten aan de koersdaling van het Britse pond ten opzichte van de US dollar. De eurokoers is overigens ook gezakt sinds maart 2008. Het effect daarvan is terug te zien aan de lagere positie van veel steden uit de Eurozone, waaronder Luxemburg, Dublin, Nicosia en Amsterdam.
In hoeverre het leven in een stad duur is voor zijn inwoners wordt bepaald door consumentenprijzen en netto loon naast elkaar te leggen. West-Europa is duur, maar de inwoners daar hebben ook hoge lonen en kunnen daardoor veel besteden. Na Zürich hebben inwoners van Luxemburg en Dublin de beste koopkracht in Europa. Amsterdammers staan in 2009 in de top twintig qua koopkracht, een betere positie dan één jaar eerder.
| Ranglijst van de top 20 Europese steden qua prijzen, loon en koopkracht (positie wereldwijd gerangschikt op koopkracht), 2009 | ||||
|---|---|---|---|---|
| prijzen incl.huur | koopkracht | |||
| 2008 | 2009 | 2008 | 2009 | |
| Zürich | 6 | 2 | 1 | 1 |
| Luxemburg | 11 | 14 | 3 | 3 |
| Dublin | 3 | 10 | 5 | 4 |
| Genève | 7 | 4 | 2 | 7 |
| Nicosia | 27 | 37 | 20 | 10 |
| Berlijn | 30 | 27 | 4 | 11 |
| Brussel | 19 | 20 | 14 | 13 |
| Helsinki | 9 | 7 | 11 | 14 |
| Londen | 1 | 21 | 28 | 15 |
| Kopenhagen | 4 | 3 | 16 | 16 |
| Amsterdam | 14 | 23 | 24 | 18 |
| Frankfurt | 16 | 13 | 6 | 19 |
| München | 15 | 11 | 9 | 20 |
| Lyon | 28 | 18 | 19 | 21 |
| Stockholm | 12 | 16 | 23 | 22 |
| Wenen | 13 | 8 | 17 | 24 |
| Madrid | 22 | 26 | 26 | 25 |
| Milaan | 20 | 30 | 31 | 26 |
| Parijs | 10 | 9 | 30 | 27 |
| Oslo | 2 | 1 | 10 | 28 |
| Bron: UBS/Prices and Earnings 2009 | ||||
Opvallend is dat in de top twintig welvarende Europese steden met name West-Europese steden zijn vertegenwoordigd en geen één Oost-Europese stad. De beste manier om de welvaartsverdeling in Europa te illustreren is te kijken naar de zogenaamde Big Mac index: hoeveel werktijd is nodig om voldoende te verdienen om hetzelfde product in verschillende steden te kopen. In de onderstaande figuur zijn de eerste en de laatste tien Europese steden te zien gerangschikt naar de werktijd die nodig is om één kilogram brood (in minuten) en een iPod nano (in uren) te kopen. Inwoners van Lissabon, Vilnius en Riga moeten drie keer zo lang werken (circa 30 minuten) om één kilo brood te kopen, als iemand uit Frankfurt, Dublin of Amsterdam (circa 10 minuten). Bij non-food artikelen is de afstand tussen Oost- en West-Europa nog groter, zelfs binnen de EU. Om dezelfde iPod te kunnen kopen moet een inwoner van Sofia twee weken werken, terwijl iemand uit Dublin minder dan twee dagen moet werken.